Lief, maak je geen zorgen ik heb je rug.
Want wij zijn twee soldaten,
Keihard feesten, samen doorhalen.
Samen rijk, samen blut.
Samen aan de top, samen in de put.
Samen lachen op de bank,
Samen reizen, lachen in een ander land.
dan maar de nacht
met open ogen
opgesloten.
alleen
werd – samen – wordt
alleen maar meer
wij